Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20
december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval
Publicatieblad Nr. L 365 van 31/12/1994 blz. 0010 -
0023
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 13 blz. 0266
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 13 blz. 0266
RICHTLIJN 94/62/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 december 1994
betreffende verpakking en verpakkingsafval HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid
op artikel 100 A, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2), Overeenkomstig de procedure van artikel 189 B van het Verdrag (3), Overwegende dat het noodzakelijk is de verschillende nationale maatregelen
betreffende het beheer van verpakkingen en verpakkingsafval te harmoniseren,
enerzijds om milieu-effecten daarvan te voorkomen of te verminderen zodat een
hoog niveau van milieubescherming wordt bereikt en anderzijds om de werking van
de interne markt te waarborgen en handelsbelemmeringen, concurrentieverstoringen
en -beperkingen binnen de Gemeenschap te voorkomen; Overwegende dat de vermindering van de totale hoeveelheid
verpakkingsmateriaal de beste manier is om te voorkomen dat verpakkingsafval
ontstaat; Overwegende dat het in verband met de doelstellingen van deze richtlijn van
belang is vast te houden aan het algemene beginsel dat in een Lid-Staat
getroffen milieubeschermingsmaatregelen geen ongunstige invloed mogen hebben op
het vermogen van andere Lid-Staten om de doelstellingen van de richtlijn te
verwezenlijken; Overwegende dat beperking van het afval een noodzakelijke voorwaarde is voor
duurzame groei, die in het Verdrag betreffende de Europese Unie expliciet als
doel wordt genoemd; Overwegende dat deze richtlijn gericht moet zijn op alle soorten verpakkingen
die op de markt komen en op al het verpakkingsafval; dat Richtlijn 85/339/EEG
van de Raad van 27 juni 1985 betreffende verpakkingen voor vloeibare
levensmiddelen (4) daarom moet worden ingetrokken; Overwegende dat verpakkingen echter een vitale sociale en economische functie
hebben en dat de in deze richtlijn genoemde maatregelen daarom niet mogen afdoen
aan andere kwaliteitseisen en vervoersvoorschriften inzake verpakkingen of
verpakte goederen; Overwegende dat het beheer van verpakkingen en verpakkingsafval
overeenkomstig de communautaire strategie voor het afvalbeheer, beschreven in de
resolutie van de Raad van 7 mei 1990 betreffende het afvalstoffenbeleid (5), en
Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (6),
als eerste prioriteit de preventie van verpakkingsafval omvat en als verdere
grondbeginselen het hergebruik van verpakkingen, de recycling en andere vormen
van nuttige toepassing van verpakkingsafval, en daardoor de vermindering van de
definitieve verwijdering van dergelijk afval; Overwegende dat hergebruik en recycling gezien hun milieu-effect de voorkeur
hebben, in afwachting van wetenschappelijke en technologische vooruitgang op het
gebied van terugwinning en dat daartoe in de Lid-Staten systemen moeten worden
opgezet die garanderen dat gebruikte verpakkingen en/of verpakkingsafval worden
geretourneerd; dat zo spoedig mogelijk levenscyclusanalyses gemaakt dienen te
worden om vast te stellen welk voor hergebruik, recycling en terugwinning
geschikt verpakkingsmateriaal de voorkeur verdient; Overwegende dat de preventie van verpakkingsafval moet worden nagestreefd met
alle passende maatregelen, onder andere initiatieven in de Lid-Staten
overeenkomstig de doelstellingen van deze richtlijn; Overwegende dat de Lid-Staten in overeenstemming met het Verdrag, stimulansen
kunnen geven voor systemen voor hergebruik van verpakkingen die, op
milieuhygiënisch verantwoorde wijze kunnen worden hergebruikt, om profijt te
trekken van de bijdrage die deze methode aan de milieubescherming levert; Overwegende dat recycling uit milieuoogpunt een belangrijke plaats in de
terugwinning moet innemen, vooral om het energie- en grondstoffenverbruik te
verminderen en de definitieve verwijdering van afvalstoffen terug te
dringen; Overwegende dat energieterugwinning een doeltreffend middel is om
verpakkingsafval terug te winnen; Overwegende dat de in de Lid-Staten gehanteerde streefwaarden voor de
terugwinning en recycling van verpakkingsafval binnen bepaalde grenzen moeten
liggen om rekening te houden met de verschillende situaties in de Lid-Staten en
om de vorming van handelsbelemmeringen en het ontstaan van
concurrentieverstoringen te voorkomen; Overwegende dat het nuttig is een tijdstip op middellange termijn vast te
stellen voor het bereiken van de genoemde streefwaarden en een tijdstip op lange
termijn voor streefwaarden die later moeten worden vastgesteld en die
aanmerkelijk hoger moeten liggen, zodat er op middellange termijn resultaten
kunnen worden bereikt en tevens aan het bedrijfsleven, de consumenten en de
overheidsinstanties de nodige richtsnoeren voor de toekomst worden gegeven; Overwegende dat het Europees Parlement en de Raad aan de hand van
Commissieverslagen de in de Lid-Staten met de toepassing van deze streefwaarden
opgedane praktische ervaring moeten onderzoeken alsmede de resultaten van
wetenschappelijk onderzoek en evaluatietechnieken zoals milieubalansen; Overwegende dat de Lid-Staten die programma's hebben of zullen vaststellen
die verder reiken dan dergelijke streefwaarden, deze met het oog op een hoog
milieubeschermingsniveau moeten kunnen voortzetten mits deze maatregelen de
interne markt niet verstoren en andere Lid-Staten niet hinderen bij de naleving
van deze richtlijn; dat de Commissie deze maatregelen na een passende toetsing
moet bevestigen; Overwegende dat aan enkele Lid-Staten, vanwege hun specifieke omstandigheden,
kan worden toegestaan lagere streefwaarden aan te nemen, op voorwaarde dat zij
binnen de standaardtermijn een minimumstreefwaarde voor terugwinning bereiken en
vóór een latere termijn de standaardstreefwaarden; Overwegende dat het beheer van verpakkingen en verpakkingsafval vereist, dat
in de Lid-Staten retour-, inzamelings- en terugwinningssystemen worden opgezet;
dat dergelijke systemen open moeten staan voor deelneming van alle betrokken
partijen en dusdanig dienen te zijn ontworpen dat discriminatie van ingevoerde
produkten en handelsbelemmeringen of concurrentieverstoringen worden voorkomen
en een maximale opbrengst van terugbezorgd verpakkingsmateriaal en gerecycleerd
verpakkingsafval kan worden gegarandeerd, overeenkomstig het Verdrag; Overwegende dat het merken van verpakkingen op Gemeenschapsbasis nader
onderzocht moet worden, doch dat daarover in de nabije toekomst door de
Gemeenschap dient te worden beslist; Overwegende dat het, teneinde het milieu-effect van verpakkingen en
verpakkingsafval zo gering mogelijk te maken en handelsbelemmeringen en
concurrentieverstoringen te voorkomen, tevens noodzakelijk is de essentiële
eisen te bepalen voor de samenstelling en aard van verpakkingen die geschikt
zijn voor hergebruik en terugwinning, met inbegrip van recycling; Overwegende dat de aanwezigheid van schadelijke metalen en andere stoffen in
verpakking gezien hun gevolgen voor het milieu beperkt moet worden (met name
aangezien kan worden aangenomen dat deze stoffen eveneens aanwezig zijn in
emissies of as wanneer verpakking wordt verbrand of in percolaat wanneer
verpakking wordt gestort); dat het als eerste stap noodzakelijk is dat de
toxiciteit van verpakkingsafval wordt verminderd door de toevoeging van
schadelijke zware metalen aan verpakking te verhinderen of erop toe te zien dat
deze stoffen niet in het milieu terechtkomen, met passende vrijstellingen voor
bijzondere gevallen die door de Commissie volgens een comitéprocedure worden
bepaald; Overwegende dat het aan de bron sorteren van verpakkingsafval in
afzonderlijke bestanddelen van doorslaggevende betekenis is voor een hoog
terugwinningspeil en ter voorkoming van gezondheids- en veiligheidsproblemen
voor de personen, wier taak het is verpakkingsafval in te zamelen en te
verwerken; Overwegende dat de voorschriften voor de fabricage van verpakkingen niet van
toepassing zijn op een verpakking die vóór de datum van aanneming van deze
richtlijn voor een bepaald produkt wordt gebruikt; dat voorts een
overgangsperiode vereist is voor het in de handel brengen van verpakkingen; Overwegende dat bij het vaststellen van de inwerkingtredingsdatum van de
bepaling betreffende het in de handel brengen van verpakkingen die voldoen aan
alle essentiële eisen rekening moet worden gehouden met het feit dat de bevoegde
normalisatie-instelling doende is Europese normen op te stellen; dat evenwel de
bepalingen aangaande de bewijsmiddelen van overeenstemming met nationale normen
onmiddellijk van toepassing moeten zijn; Overwegende dat de opstelling van Europese normen betreffende de essentiële
eisen en andere daarmee verband houdende zaken bevorderd moet worden; Overwegende dat de in deze richtlijn genoemde maatregelen inhouden dat er
terugwinnings-en recyclingcapaciteiten alsmede afzetmogelijkheden voor
gerecycleerd verpakkingsmateriaal worden ontwikkeld; Overwegende dat de verwerking van gerecycleerd materiaal in verpakkingen niet
in strijd mag zijn met de relevante bepalingen inzake hygiëne, gezondheid en
veiligheid van de consument; Overwegende dat er behoefte is aan gegevens uit de gehele Gemeenschap over de
verpakkingen en verpakkingsafval, zodat beter kan worden nagegaan of de
doelstellingen van deze richtlijn worden verwezenlijkt; Overwegende dat het van essentieel belang is dat allen die bij produktie,
gebruik, invoer en distributie van verpakkingen en verpakte produkten betrokken
zijn er meer van doordrongen raken in welke mate verpakkingen afval worden, en
dat zij volgens het beginsel dat de vervuiler betaalt de verantwoordelijkheid
voor dergelijk afval aanvaarden; dat voor de ontwikkeling en uitvoering van de
in deze richtlijn genoemde maatregelen nauwe samenwerking tussen alle
betrokkenen in een geest van gezamenlijke verantwoordelijkheid is vereist; Overwegende dat consumenten een belangrijke rol spelen bij het beheer van
verpakkingen en verpakkingsafval en derhalve goed moeten worden voorgelicht,
zodat zij hun gedrag en houding kunnen aanpassen; Overwegende dat de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van deze richtlijn zal
worden bevorderd wanneer de afvalbeheersplannen voorgeschreven in Richtlijn
75/442/EEG, worden opgenomen in een speciaal hoofdstuk over het beheer van
verpakkingen en verpakkingsafval; Overwegende dat het voor de Europese Gemeenschap en de Lid-Staten nodig kan
zijn overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag economische instrumenten te
gebruiken om het verwezenlijken van de doelstellingen van deze richtlijn te
vergemakkelijken zonder dat daardoor nieuwe vormen van protectionisme
ontstaan; Overwegende dat de Lid-Staten onverminderd de bepalingen van Richtlijn
83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 inzake een kennisgevingsprocedure op
het gebied van technische normen en voorschriften (1), de ontwerpen voor de
maatregelen die zij voornemens zijn aan te nemen, eerst aan de Commissie moeten
mededelen zodat zij aan de richtlijn kunnen worden getoetst; Overwegende dat het verpakkingsidentificatiesysteem en de in een systeem van
gegevensbestanden gebruikte formattering door de Commissie volgens een
comitéprocedure aan de vooruitgang van wetenschap en techniek moeten worden
aangepast; Overwegende dat het mogelijk moet zijn bij eventuele problemen bij de
uitvoering van deze richtlijn specifieke maatregelen te treffen en daarbij in
voorkomend geval dezelfde comitéprocedure toe te passen, HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Doelstellingen 1. Deze richtlijn heeft tot doel de nationale maatregelen
betreffende het beheer van verpakking en verpakkingsafval te harmoniseren,
enerzijds om elk effect daarvan op het milieu van de Lid-Staten en derde landen
te voorkomen of te beperken en aldus een hoog milieubeschermingsniveau te
waarborgen, en anderzijds om de werking van de interne markt te garanderen en
handelsbelemmeringen, concurrentieverstoring en concurrentiebeperking in de
Gemeenschap te voorkomen. 2. Daartoe worden bij deze richtlijn maatregelen vastgesteld die op de eerste
plaats gericht zijn op de preventie van verpakkingsafval en, als verdere
fundamentele beginselen, op het hergebruik van verpakkingen en de recycling en
terugwinning van verpakkingsafval, teneinde de definitieve verwijdering van
dergelijk afval te verminderen. Artikel 2 Werkingssfeer 1. Deze richtlijn geldt voor alle in de Gemeenschap in de
handel gebrachte verpakkingen en alle verpakkingsafval, gebruikt of ontstaan op
industrieel, commercieel, kantoor-, winkel-, diensten-, huishoudelijk of enig
ander niveau, ongeacht het gebruikte materiaal. 2. Deze richtlijn is van toepassing onverminderd de bestaande kwaliteitseisen
voor verpakkingen, zoals eisen op het gebied van de veiligheid, de bescherming
van de gezondheid en de hygiëne van verpakte produkten of de bestaande eisen
inzake het vervoer en onverminderd de bepalingen van Richtlijn 91/689/EEG van de
Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (2). Artikel 3 Definities In deze richtlijn wordt verstaan onder: 1. "verpakking": alle produkten, vervaardigd van materiaal van welke aard
ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen,
afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte produkten,
over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument. Ook
wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt, worden als
verpakkingsmateriaal beschouwd. Verpakking omvat uitsluitend: a) verkoop- of primaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is
ontworpen dat zij voor de eindgebruiker of consument op het verkooppunt een
verkoopeenheid vormt; b) verzamel- of secundaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is
ontworpen dat zij op het verkooppunt een verzameling van een aantal
verkoopeenheden vormt, ongeacht of deze als dusdanig aan de eindgebruiker of
consument wordt verkocht, dan wel alleen dient om de rekken op het verkooppunt
bij te vullen; deze verpakking kan van het produkt worden verwijderd zonder dat
dit de kenmerken ervan beïnvloedt; c) verzend- of tertiaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is
ontworpen dat het verladen en het vervoer van een aantal verkoopeenheden of
verzamelverpakkingen wordt vergemakkelijkt om fysieke schade door verlading of
transport te voorkomen. Weg-, spoor-, scheeps- of vliegtuigcontainers worden
niet als verzendverpakking beschouwd; 2. "verpakkingsafval": alle verpakking of verpakkingsmateriaal waarop de
definitie van afvalstoffen in Richtlijn 75/442/EEG van toepassing is met
uitzondering van produktiereststoffen; 3. "beheer van verpakkingsafval": beheer van de afvalstoffen als gedefinieerd
in Richtlijn 75/442/EEG; 4. "preventie": vermindering van de hoeveelheid en de schadelijkheid voor het
milieu van: - materialen en stoffen gebruikt in verpakking en verpakkingsafval, - verpakking en verpakkingsafval op het niveau van het produktieproces en in
de fase van het in de handel brengen, de distributie, het gebruik en de
verwijdering, in het bijzonder door de ontwikkeling van "schone" produkten en
technologie; 5. "hergebruik": iedere handeling waardoor verpakking, die is bestemd en
ontworpen om binnen haar levensduur een minimumaantal omlopen te maken, opnieuw
wordt gevuld of gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij is ontworpen, al
dan niet met gebruikmaking van op de markt verkrijgbare produkten met behulp
waarvan de verpakking bijgevuld kan worden; dergelijke hergebruikte verpakking
wordt verpakkingsafval als het niet langer hergebruikt wordt; 6. "terugwinning": alle in casu toepasselijke handelingen, bedoeld in bijlage
II.B bij Richtlijn 75/442/EEG; 7. "recycling": het in een produktieproces opnieuw verwerken van
afvalmaterialen voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met
inbegrip van organische recycling maar uitgezonderd terugwinning van
energie; 8. "terugwinning van energie": het gebruik van brandbaar verpakkingsafval om
energie op te wekken door directe verbranding met of zonder andere afvalstoffen,
maar met terugwinning van de warmte; 9. "organische recyclage": aërobe behandeling (compostering) of anaërobe
behandeling (biomethaanvorming) via micro-organismen en onder gecontroleerde
omstandigheden van de biologisch afbreekbare bestanddelen van verpakkingsafval,
waarbij gestabiliseerde organische reststoffen of methaan tot stand komen.
Storten wordt niet als organische recyclage beschouwd; 10. "verwijdering": elk van de handelingen, bedoeld in bijlage II.A bij
Richtlijn 75/442/EEG; 11. "ondernemingen", met betrekking tot verpakking: leveranciers van
verpakkingsmaterialen en fabrikanten en verwerkers, vullers en gebruikers,
importeurs, handelaren en distributeurs van verpakking, overheden en
publiekrechtelijke organisaties; 12. "vrijwillige overeenkomst": officiële overeenkomst welke wordt gesloten
tussen de ter zake bevoegde overheidsinstantie van de Lid-Staat en de betrokken
bedrijfstakken en open dient te staan voor alle partners die aan de voorwaarden
van de overeenkomst wensen te voldoen teneinde de doelstellingen van onderhavige
richtlijn na te streven. Artikel 4 Preventie 1. De Lid-Staten zorgen ervoor dat er andere preventieve
maatregelen ter voorkoming van het ontstaan van verpakkingsafval worden
getroffen naast de preventieve maatregelen overeenkomstig artikel 9 betreffende
essentiële eisen. Dergelijke andere maatregelen kunnen bestaan uit nationale
programma's of soortgelijke acties, zo nodig in overleg met de ondernemingen,
die zijn opgezet om de vele initiatieven op het gebied van preventie in de
Lid-Staten te bundelen en ten nutte te maken. Zij moeten stroken met de
doelstellingen van deze richtlijn als omschreven in artikel 1, lid 1. 2. De Commissie draagt bij tot bevordering van preventie door overeenkomstig
artikel 10 de ontwikkeling van passende Europese normen te stimuleren. Artikel 5 Hergebruik De Lid-Staten mogen overeenkomstig het Verdrag systemen bevorderen
voor het hergebruik van verpakkingen die op een milieuhygiënisch verantwoorde
wijze kunnen worden hergebruikt. Artikel 6 Terugwinning en recycling 1. Teneinde aan de doelstellingen van deze
richtlijn te voldoen nemen de Lid-Staten maatregelen zodat voor hun hele
grondgebied de volgende taakstellingen kunnen worden verwezenlijkt: a) uiterlijk vijf jaar na de uiterste datum voor omzetting van deze richtlijn
wordt ten minste 50 en ten hoogste 65 gewichtsprocent van het verpakkingsafval
teruggewonnen; b) binnen deze algemene taakstelling en binnen hetzelfde tijdsbestek wordt
ten minste 25 en ten hoogste 45 gewichtsprocent van al het in verpakkingsafval
aanwezige verpakkingsmateriaal gerecycleerd met en minimum van 15
gewichtsprocent voor elk verpakkingsmateriaal; c) uiterlijk tien jaar na de uiterste datum voor de omzetting van deze
richtlijn wordt een percentage van het verpakkingsafval teruggewonnen en
gerecycleerd dat nader door de Raad zal worden bepaald volgens lid 3, onder b),
met het doel de in de punten a) en b) genoemde streefcijfers aanzienlijk te
verhogen. 2. De Lid-Staten bevorderen dat bij de produktie van verpakkingen en andere
produkten materialen verkregen uit gerecycleerd verpakkingsafval worden
gebruikt, wanneer zulks passend is. 3. a) Het Europees Parlement en de Raad evalueren op basis van een
tussentijds verslag van de Commissie en vier jaar na de in lid 1, onder a),
bedoelde datum op basis van een eindverslag de praktijkervaringen in de
Lid-Staten met de uitvoering van de taakstellingen en doelstellingen van lid 1,
onder a) en b), en lid 2, en de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en
evaluatietechnieken, zoals milieubalansen. b) Uiterlijk zes maanden voor het einde van de in lid 1, onder a), bedoelde
eerste fase van vijf jaar stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met
gekwalificeerde meerderheid taakstellingen vast voor de tweede fase van vijf
jaar, bedoeld in lid 1, onder c). Deze procedure zal daarna om de vijf jaar
worden herhaald. 4. De Lid-Staten maken de maatregelen en taakstellingen, bedoeld in lid 1,
onder a) en b), bekend en organiseren daarover een voorlichtingscampagne voor
het publiek en de ondernemingen. 5. Griekenland, Ierland en Portugal mogen, in verband met hun specifieke
situatie - te weten het grote aantal kleine eilanden, respectievelijk de
aanwezigheid van plattelands- en berggebieden en het huidige lage
consumptieniveau van verpakkingen - besluiten om: a) uiterlijk vijf jaar na de toepassingsdatum van de richtlijn lagere
taakstellingen te verwezenlijken dan die van lid 1, onder a) en b), maar zij
moeten ten minste 25 % halen voor terugwinning; b) tegelijkertijd de verwezenlijking van de taakstellingen van lid 1, onder
a) en b), uit te stellen tot een latere datum, die echter niet na 31 december
2005 mag liggen. 6. De Lid-Staten die programma's hebben of zullen vaststellen, die verder
gaan dan de taakstelling van lid 1, onder a) en b), en die daartoe voorzien in
passende capaciteiten voor recycling en terugwinning, mogen die taakstellingen
blijven nastreven in het belang van een hoog milieubeschermingsniveau op
voorwaarde dat die maatregelen geen verstoringen van de interne markt
veroorzaken en de naleving van de richtlijn door andere Lid-Staten niet
bemoeilijken. De Lid-Staten stellen de Commissie daarvan in kennis. De Commissie
bevestigt deze maatregelen, nadat zij zich, in samenwerking met de Lid-Staten,
ervan heeft vergewist dat zij stroken met bovengenoemde overwegingen en geen
willekeurig middel tot discriminatie of een verkapte beperking van de handel
tussen Lid-Staten vormen. Artikel 7 Retour-, inzamel- en terugwinningssystemen 1. De Lid-Staten nemen de nodige
maatregelen om te zorgen voor systemen voor: a) de terugname en/of inzameling van gebruikte verpakkingen en/of
verpakkingsafval van de consumenten of andere eindgebruikers of uit de
afvalstroom, teneinde ze naar de meest geschikte beheersalternatieven toe te
leiden; b) het hergebruik of de terugwinning, met inbegrip van recycling, van
ingezamelde verpakkingen en/of verpakkingsafval, om te voldoen aan de doelstellingen van deze richtlijn. Deze systemen staan open voor deelneming van de ondernemingen van de
betrokken sectoren en voor de deelneming van de bevoegde overheidsinstanties.
Zij gelden ook voor ingevoerde produkten onder niet-discriminerende voorwaarden,
waaronder de regels en eventuele tarieven voor toegang tot de systemen, en
worden zo opgezet dat handelsbelemmeringen of concurrentieverstoringen
overeenkomstig het Verdrag voorkomen worden. 2. De in lid 1 bedoelde maatregelen maken deel uit van een beleid dat
betrekking heeft op alle verpakkingen en alle verpakkingsafval en waarbij in het
bijzonder rekening wordt gehouden met de eisen inzake bescherming van het milieu
en van de gezondheid van consumenten, veiligheid en hygiëne, bescherming van de
kwaliteit, de authenticiteit en de technische eigenschappen van de verpakte
goederen en gebruikte materialen, bescherming van de industriële en comerciële
eigendomsrechten. Artikel 8 Systeem van merktekens en identificatie 1. De Raad zal uiterlijk twee jaar na
de inwerkingtreding van deze richtlijn volgens de in het Verdrag vastgestelde
voorwaarden een besluit nemen over merktekens op verpakkingen. 2. Teneinde de inzameling, het hergebruik en de terugwinning, met inbegrip
van recycling, te vergemakkelijken, wordt ten behoeve van de identificatie en
classificatie door de betrokken industrie de aard van het gebruikte
verpakkingsmateriaal of de gebruikte verpakkingsmaterialen op de verpakking
aangegeven. Te dien einde worden de cijfercodes en afkortingen waarop het
identificatiesysteem is gebaseerd, uiterlijk twaalf maanden na de
inwerkingtreding van deze richtlijn op basis van bijlage I verder uitgewerkt
door de Commissie volgens de procedure van artikel 21. De Commissie wijst
volgens dezelfde procedure de materialen aan die in het identificatiesysteem
worden opgenomen. 3. De vereiste merktekens worden op de verpakking zelf of op het etiket
aangebracht. Zij zijn duidelijk zichtbaar en goed leesbaar. De merktekens zijn
naar behoren duurzaam en blijvend herkenbaar, ook wanneer de verpakking geopend
wordt. Artikel 9 Essentiële eisen 1. De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te
zorgen dat uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze
richtlijn een verpakking alleen in de handel mag worden gebracht indien zij
voldoet aan alle in deze richtlijn omschreven essentiële eisen, met inbegrip van
die van bijlage II. 2. Op de in artikel 22, lid 1, genoemde datum veronderstellen de Lid-Staten
dat aan alle essentiële eisen van deze richtlijn, met inbegrip van die van
bijlage II, is voldaan, wanneer een verpakking in overeenstemming is met: a) de desbetreffende geharmoniseerde normen, waarvan de referentienummers in
het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen zijn bekendgemaakt. De
Lid-Staten publiceren de referentienummers van de nationale normen waarin deze
geharmoniseerde normen zijn omgezet; b) de desbetreffende nationale normen als bedoeld in lid 3, voor zover er op
de gebieden waarop dergelijke normen betrekking hebben, geen geharmoniseerde
normen bestaan. 3. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst mede van hun nationale normen
als bedoeld in lid 2, onder b), die zij in overeenstemming achten met de eisen
van dit artikel. De Commissie zendt dergelijke teksten onverwijld naar de andere
Lid-Staten. De Lid-Staten publiceren de referentienummers van deze normen. De Commissie
zorgt ervoor dat zij in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden
bekendgemaakt. 4. Indien een Lid-Staat of de Commissie van mening is dat de in lid 2
bedoelde normen niet volledig aan de in lid 1 bedoelde essentiële eisen
beantwoorden, legt de Commissie of de betrokken Lid-Staat de kwestie met opgave
van redenen voor aan het Comité dat is opgericht bij Richtlijn 83/189/EEG. Dit
Comité brengt onverwijld advies uit. In het licht van het advies van het Comité deelt de Commissie de Lid-Staten
mede of het al dan niet noodzakelijk is de normen die zijn bekendgemaakt met in
de leden 2 en 3 bedoelde publikaties, te herroepen. Artikel 10 Normalisatie De Commissie bevordert waar nodig de ontwikkeling van Europese
normen ten aanzien van de in bijlage II bedoelde essentiële eisen. De Commissie bevordert in het bijzonder de ontwikkeling van Europese normen
met betrekking tot: - criteria en methodologieën voor de levenscyclusanalyse van verpakking; - methoden voor het meten en verifiëren van de aanwezigheid van zware metalen
en andere gevaarlijke stoffen in verpakkingen en het vrijkomen daarvan in het
milieu uit verpakkingen en verpakkingsafval; - criteria voor een minimumgehalte aan gerecycleerd materiaal in daarvoor in
aanmerking komende verpakkingen; - criteria voor recyclingmethoden; - criteria voor composteringsmethoden en de geproduceerde compost; - criteria voor het kenmerken van verpakkingen. Artikel 11 Concentraties van zware metalen in verpakking 1. De Lid-Staten zorgen ervoor
dat de totale concentraties van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in
verpakking en verpakkingscomponenten niet meer bedraagt dan: - 600 ppm-gewicht twee jaar na de in artikel 22, lid 1, genoemde datum; - 250 ppm-gewicht drie jaar na de in artikel 22, lid 1, genoemde datum; - 100 ppm-gewicht vijf jaar na de in artikel 22, lid 1, genoemde datum. 2. De in lid 1 genoemde concentratieniveaus gelden niet voor verpakkingen
vervaardigt uit kristalglas als omschreven in Richtlijn 69/493/EEG (1). 3. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 21 vast: - onder welke voorwaarden bovengenoemde concentraties niet van toepassing
zijn op gerecycleerd materiaal en produkten die zijn opgenomen in een gesloten
en gecontroleerde keten; - welke verpakkingssoorten vrijgesteld zijn van de in lid 1, derde streepje,
bedoelde eis. Artikel 12 Informatiesystemen 1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te
zorgen dat er op geharmoniseerde wijze databases met betrekking tot verpakking
en verpakkingsafval worden opgezet waar deze nog ontbreken, teneinde de
Lid-Staten en de Commissie in de gelegenheid te stellen toe te zien op de
tenuitvoerlegging van de doelstellingen van deze richtlijn. 2. Daartoe verschaffen deze databases in het bijzonder informatie over de
omvang, kenmerken en ontwikkeling van de verpakkings- en verpakkingsafvalstromen
(onder meer informatie over giftige of gevaarlijke bestanddelen van
verpakkingsmateriaal en over stoffen die bij de fabricage ervan worden gebruikt)
op het niveau van de afzonderlijke Lid-Staten. 3. Met het oog op de harmonisatie van de kenmerken en de aanbiedingsvorm van
de geproduceerde gegevens en het verenigbaar maken van de gegevens van de
Lid-Staten, verstrekken de Lid-Staten hun beschikbare gegevens aan de Commissie,
met behulp van door de Commissie één jaar na de datum van vaststelling van deze
richtlijn volgens de procedure van artikel 21 en op basis van bijlage III
vastgestelde tabellen. 4. De Lid-Staten houden rekening met de bijzondere problemen die kleine en
middelgrote ondernemingen kunnen ondervinden bij het verstrekken van
gedetailleerde gegevens. 5. De verkregen gegevens worden samen met de in artikel 17 bedoelde nationale
rapporten beschikbaar gesteld; zij worden bijgewerkt in daarop volgende
rapporten. 6. De Lid-Staten verplichten alle betrokken ondernemingen tot het verstrekken
van betrouwbare gegevens over hun bedrijfstak aan de bevoegde autoriteiten,
zoals in dit artikel vereist. Artikel 13 Voorlichting aan gebruikers van verpakkingen De Lid-Staten nemen uiterlijk
twee jaar na de in artikel 22, lid 1, genoemde datum maatregelen opdat de
gebruikers van verpakkingen, onder wie met name consumenten, de benodigde
gegevens ontvangen over: - de beschikbare retour-, inzamelings- en terugwinningssystemen, - de bijdrage die zij kunnen leveren aan hergebruik, terugwinning en
recycling van verpakkingen en verpakkingsafval, - de betekenis van de merktekens op de verpakking zoals die op de markt
worden aangetroffen, - de relevante elementen van de in artikel 14 bedoelde beheersplannen voor
verpakkingen en verpakkingsafval. Artikel 14 Afvalbeheerplannen Ter verwezenlijking van de in deze richtlijn genoemde
doelstellingen en maatregelen nemen de Lid-Staten in de in artikel 7 van
Richtlijn 75/442/EEG bedoelde afvalbeheerplannen een speciaal hoofdstuk op over
het beheer van verpakkingen en verpakkingsafval met inbegrip van de krachtens de
artikelen 4 en 5 getroffen maatregelen. Artikel 15 Economische instrumenten De Raad stelt op basis van de betreffende bepalingen
van het Verdrag economische instrumenten vast om de verwezenlijking van de
doelstellingen van deze richtlijn te bevorderen. Bij ontstentenis van dergelijke
maatregelen, kunnen de Lid-Staten, overeenkomstig de beginselen van het
communautaire milieubeleid, zoals het beginsel "de vervuiler betaalt", en met
inachtneming van hun Verdragsverplichtingen, maatregelen ter bereiking van deze
doelstellingen nemen. Artikel 16 Kennisgeving 1. Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 83/189/EEG, stellen de
Lid-Staten voordat zij dergelijke maatregelen vaststellen de Commissie in kennis
van de ontwerp-maatregelen die zij in het kader van deze richtlijn voornemens
zijn te nemen, met uitzondering van maatregelen van fiscale aard, doch met
inbegrip van de technische specificaties waarvoor fiscale
stimuleringsmaatregelen gelden, zodat de Commissie de ontwerpen kan onderzoeken
in het licht van bestaande bepalingen, steeds volgens de procedure van
bovengenoemde richtlijn. 2. Indien de voorgestelde maatregel ook een technische kwestie in de zin van
Richtlijn 83/189/EEG betreft, kan de betrokken Lid-Staat bij de uitvoering van
de in deze richtlijn bedoelde kennisgevingsprocedure mededelen dat deze
kennisgeving eveneens geldig is voor Richtlijn 83/189/EEG. Artikel 17 Rapporteringsplicht Overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 91/692/EEG van de
Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de
verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied (1) dienen
de Lid-Staten bij de Commissie een rapport in over de tenuitvoerlegging van deze
richtlijn. Het eerste verslag bestrijkt de periode 1995 tot en met 1997. Artikel 18 Vrij in de handel brengen De Lid-Staten mogen het in de handel brengen op hun
grondgebied van verpakkingen die aan het bepaalde in deze richtlijn voldoen,
niet beletten. Artikel 19 Aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek De wijzigingen nodig
voor de aanpassing aan de vooruitgang van wetenschap en techniek van het in
artikel 8, lid 2, in bijlage 1, en in artikel 10, laatste streepje, bedoelde
identificatiesysteem alsmede de in artikel 12, lid 3, en in bijlage III bedoelde
vormvereisten met betrekking tot het systeem van databases worden aangenomen
overeenkomstig de procedure van artikel 21. Artikel 20 Specifieke maatregelen 1. In overeenstemming met de procedure van artikel 21
bepaalt de Commissie welke technische maatregelen geboden zijn ingeval van
moeilijkheden bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn op met name
primaire verpakking voor medische apparaten en farmaceutische produkten en
kleine en luxeverpakkingen; 2. De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad ook een verslag
uit over eventuele andere te nemen maatregelen, indien nodig vergezeld van een
voorstel. Artikel 21 Comitéprocedure 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande
uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de
vertegenwoordiger van de Commissie. 2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van
de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen
een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de
materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in
artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de
besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de
stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de
Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan
de stemming deel. 3. a) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in
overeenstemming zijn met het advies van het comité. b) Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies
van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie
onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De
Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Indien de Raad, na verloop van een termijn die in geen geval langer kan zijn
dan drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit
heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie
vastgesteld. Artikel 22 Omzetting in nationaal recht 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 30 juni 1996 aan deze
richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij stellen de Commissie daarvan
onverwijld in kennis. 2. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen
naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële
bekendmaking van die bepalingen. Die regels voor deze verwijzing worden
vastgesteld door de Lid-Staten. 3. Daarnaast stellen de Lid-Staten de Commissie in kennis van alle wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen die zijn uitgevaardigd op het gebied dat door
deze richtlijn wordt bestreken. 4. De eisen met betrekking tot het vervaardigen van verpakkingen zijn in elk
geval niet van toepassing op verpakkingen die vóór de in lid 1 genoemde datum
van inwerkingtreding voor een bepaald produkt worden gebruikt. 5. De Lid-Staten staan het op de markt brengen toe van verpakkingen die vóór
de inwerkingtreding van deze richtlijn zijn vervaardigd en die aan hun bestaande
nationale wetgeving voldoen, voor een periode van ten hoogste vijf jaar vanaf de
datum van vaststelling van deze richtlijn. Artikel 23 Richtlijn 85/339/EEG wordt hierbij ingetrokken vanaf de in artikel 22, lid 1,
genoemde datum. Artikel 24 Deze richtlijn treed in werking op de dag van haar bekendmaking in het
Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 25 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 20 december 1994. Voor het Europees Parlement De Voorzitter K. HAENSCH Voor de Raad De
Voorzitter K. KINKEL (1) PB nr. C 263 van 12. 10. 1992, blz. 1, en PB nr. C 285 van 21. 10. 1993,
blz. 1. (2) PB nr. C 129 van 10. 5. 1993, blz. 18. (3) Advies van het Europees Parlement van 23 juni 1993 (PB nr. C 194 van 19.
7. 1993, blz. 177), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 4 maart 1994 (PB
nr. C 137 van 19. 5. 1994, blz. 65) en besluit van het Europees Parlement van 4
mei 1994 (PB nr. C 205 van 25. 7. 1994, blz. 163), bevestigd op 2 december 1993
(PB nr. C 342 van 20. 12. 1993, blz. 15), gemeenschappelijk ontwerp van het
Bemiddelingscomité van 8 november 1994. (4) PB nr. L 176 van 6. 7. 1985, blz. 18. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij
Richtlijn 91/692/EEG (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 48). (5) PB nr. C 122 van 18. 5. 1990, blz. 2. (6) PB nr. L 194 van 25. 7. 1975, blz. 47. Richtlijn laatstelijk gewijzigd
bij Richtlijn 91/156/EEG (PB nr. L 78 van 26. 3. 1991, blz. 32). (1) PB nr. L 109 van 26. 4. 1983, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij
Richtlijn 92/400/EEG (PB nr. L 221 van 6. 8. 1992, blz. 55). (2) PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 20. (1) PB nr. L 326 van 29. 12. 1969, blz. 36. (1) PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 48. BIJLAGE I IDENTIFICATIESYSTEEM Voor kunststof geldt een nummering van 1 tot 19; voor papier en karton van 20
tot 39; voor metaal van 40 tot 49; voor hout van 50 tot 59; voor textiel van 60
tot 69 en voor glas van 70 tot 79. Identificatie kan ook gebeuren aan de hand van afkortingen voor het/de
gebruikte materiaal/materialen (bij voorbeeld HDPE: high density polyethylene).
Zowel de cijfercode als de afkorting of beide mogen worden gebruikt om
materialen te identificeren. Genoemde identificatiemethoden moeten in het midden
van of onder de grafische merktekens worden geplaatst waarmee wordt aangegeven
dat de verpakking voor hergebruik of terugwinning geschikt is. BIJLAGE II ESSENTIËLE EISEN BETREFFENDE DE SAMENSTELLING, HET HERGEBRUIK EN DE
TERUGWINNING, MET INBEGRIP VAN DE RECYCLING, VAN VERPAKKING 1. Eisen betreffende de vervaardiging en de samenstelling van verpakking -
Verpakking moet zodanig worden vervaardigd dat volume en gewicht van de
verpakking worden beperkt tot de minimale hoeveelheid die nodig is om het
vereiste niveau van veiligheid, hygiëne en aanvaardbaarheid voor het verpakte
produkt en voor de consument te handhaven. - Verpakking moet zodanig worden ontworpen, vervaardigd en in de handel
gebracht dat hergebruik of terugwinning, met inbegrip van recycling, mogelijk is
en dat het milieu-effect bij het verwijderen van verpakkingsafval of reststoffen
van afvalbeheerverrichtingen zoveel mogelijk wordt beperkt. - Verpakking moet zodanig worden vervaardigd dat de aanwezigheid van
schadelijke en andere gevaarlijke stoffen en materialen als bestanddeel van
verpakkingsmateriaal of van de verpakkingscomponenten tot een minimum wordt
beperkt in emissies, as of percolaat, wanneer verpakkingen of reststoffen van
beheersoperaties of verpakkingsafval verbrand of gestort worden. 2. Eisen betreffende het hergebruik van verpakking Aan de volgende eisen moet
gelijktijdig worden voldaan: - de fysieke eigenschappen en kenmerken van de verpakking moeten onder
normaal te verwachten gebruiksvoorwaarden een aantal omlopen mogelijk maken; - gebruikte verpakking moet kunnen worden verwerkt in overeenstemming met de
gezondheids- en veiligheidsvoorschriften voor de arbeidskrachten; - er moet worden voldaan aan de specifieke eisen ten aanzien van terugwinbare
verpakkingen wanneer de verpakking niet langer wordt gebruikt en derhalve afval
is geworden. 3. Eisen betreffende de terugwinning van verpakking a) Terugwinning in de
vorm van recycling van materialen Verpakking moet zodanig worden vervaardigd dat
een bepaald gewichtspercentage van de gebruikte materialen opnieuw kan worden
toegevoegd aan het produktieproces van verhandelbare produkten, met inachtneming
van de in de Europese Gemeenschap geldende regels. Dit percentage kan variëren
naar gelang het soort materiaal waaruit de verpakking bestaat. b) Terugwinning in de vorm van energieterugwinning Verpakkingsafval dat wordt
verwerkt met het oog op energieterugwinning dient met het oog op een optimale
terugwinning op zijn minst een zekere calorische onderwaarde te hebben. c) Terugwinning in de vorm van compostering Verpakkingsafval dat wordt
verwerkt met het oog op compostering moet zodanig biologisch afbreekbaar zijn
dat het de gescheiden inzameling en het composteringsproces of de
composteringsactiviteit waarin het wordt ingebracht niet hindert. d) Biologisch afbreekbare verpakking Biologisch afbreekbaar verpakkingsafval
moet zodanig fysisch, chemisch, thermisch of biologisch afbreekbaar zijn dat het
grootste deel van de resulterende compost uiteindelijk uiteenvalt in
kooldioxyde, biomassa en water. BIJLAGE III GEGEVENS DIE DE LID-STATEN MOETEN OPNEMEN IN HUN DATABASE "VERPAKKINGEN EN
VERPAKKINGSAFVAL" (VOLGENS ONDERSTAANDE TABELLEN 1 TOT EN MET 4) 1. Voor wat betreft zowel primaire als secundaire en tertiaire
verpakkingen: a) de hoeveelheid verpakkingsmateriaal die op het nationale grondgebied is
verbruikt (produktie + invoer uitvoer), per categorie verpakkingsmateriaal
(tabel 1); b) de hergebruikte hoeveelheden (tabel 2). 2. Voor wat betreft zowel huishoudelijk als niet-huishoudelijk
verpakkingsafval: a) de hoeveelheid die op het nationale grondgebied is teruggewonnen en
verwijderd (produktie + invoer uitvoer), per categorie verpakkingsmateriaal
(tabel 3); b) de gerecycleerde en de teruggewonnen hoeveelheden per categorie
verpakkingsmateriaal (tabel 4). >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL>